Onderwerpen:

naar boven


Boekbespreking 2010

ZUCHT

Over verslavingen van speen tot spuit.
Bram Bakker & Meindert Inderwisch
Paradigma,  Amsterdam 2010
ISBN 978 90 499 6036 0

“Wat is de overeenkomst tussen hebzucht, vetzucht en sensatiezucht?
Inderdaad: zucht. En ondanks de grote verschillen tussen de drie genoemde vormen van zucht, is die overeenkomst te belangrijk om te negeren.
De toename van zucht, die overal waarneembaar is, is een teken des tijds.
Zucht leidt tot mateloosheid, en zonder dat we het ons nog realiseren is er steeds meer problematische zucht in onze samenleving”: drugs, drank, medicijnen, eten [of juist niet eten[, winkelen, seks, gamen, sporten, tv of internet.

Dit boek is een eerlijk boek over verslaving!

Experts op het gebied van verslaving (een psychiater, gespecialiseerd in verslavingen, en een counsellor in de verslavingszorg) beschrijven recente kennis over oorzaken en behandeling van diverse vormen van verslaving.
Verslaafden zelf, o.a. Javier Guzman, vertellen op aangrijpende wijze over hun eigen verslaving.
Het boek bevat informatie over goede boeken, films en websites op het gebied van verslaving

Dit boek is de moeite van het lezen waard en er wordt niet moeilijk of belerend gedaan. Je leest het in een adem uit en bent een stuk wijzer.

naar boven


Boekbespreking 2010

Voor kinderen:

Het KLOKHUIS BOEK over KANKER

Wat is kanker precies?
Wat gebeurt er dan met je lichaam?
Wat kun je er tegen doen?
Mijn vriendje heeft kanker.  Dat maakt me heel verdrietig. Ik weet ook niet goed of ik er gewoon met hem over moet praten of dat ik dat beter niet kan doen.
Ga je altijd dood aan kanker?
Kun je kanker krijgen van zoenen?
Doet kanker pijn?
Mag je naar school als je kanker hebt?

 Wat staat er in dit boek?
-Chats en mailtjes van andere kinderen,
-reacties en ervaringen van andere kinderen, die hetzelfde meemaken als jij,
-en vooral: veel praktische informatie, zoals belangrijke websites.

Dit boek is gemaakt naar aanleiding van het televisie-programma over kanker van Het Klokhuis. Ook als je die afleveringen hebt gezien, is dit boek handig, omdat er alles in staat wat belangrijk is om te weten, wanneer je zelf met kanker te maken hebt of wanneer iemand in je familie kanker heeft of een van je vrienden.

Je kunt in dit boek ook aantekeningen maken, je eigen gedicht schrijven of je eigen verhaal, of fotoos of tekeningen plakken.

Inclusief:  “Vraag het Dolores”.

Het is een fijn boek voor alle kinderen, die meer willen weten over kanker en de gevolgen daarvan, en vooral: hoe je er mee om kunt gaan. 

Je staat er niet alleen voor!

Samen, en met dit boek, sta je sterk!

Het KLOKHUIS BOEK over KANKER kun je bestellen via
www.uitgeverijpimento.nl
www.hetklokhuis.nl 

naar boven


Boekbespreking 2010

Is de gezondheidszorg wel zo vriendelijk als instellingen en beleidsmakers beweren?
Kunnen patienten wel mondig en kritisch zijn, zoals de overheid graag wil?

Het boek “Dokter is ziek” beschrijft de ervaringen van artsen, verpleegkundigen en ziekenhuismanagers, die ziek zijn of ziek zijn geweest.

Conclusie
Een belangrijke conclusie in dit boek: zelfs deze hulpverleners vinden het, tijdens hun ziekte, moeilijk om voor zichzelf op te komen.
Een verpleegkundige vertelde: : “Ik verloor mijn mondigheid. Als ik al niet mondig kan zijn, hoe moet dat dan zijn voor mensen, die voor het eerst in een ziekenhuis verblijven?”
Deze zieke artsen en verpleegkundigen voelden zich soms eenzaam en verloren tijdens hun behandeling, men is ineens een ‘geval’ geworden in plaats van een persoon met eigen gevoelens en eigen wensen.

Aanbeveling
Het boek doet de volgende aanbeveling: iedere patient verdient een purser: iemand die zich om deze persoon bekommert, die hem volgt en zich verantwoordelijk voelt, een vast aanspreekpunt.

“Als patient zie je hoe zorg beter kan”.

Laten we niet het wiel opnieuw uitvinden. Patienten weten al heel lang en heel goed wat voor verbetering vatbaar is, wat anders kan zonder dat de zorg duurder wordt.

Lees dit boek. Spreek u uit tegen uw arts, wanneer uw zorg te wensen over laat. 

Dokter is ziek, als patiënt zie je hoe zorg beter kan.
Gonny ten Haaft
Contact, ISBN 978-90-254-3447-2

www.dokterisziek.nl 

naar boven


Column, 2010

Lactose-intolerantie: wat is dat, wat doe je er tegen?
Artsen zien deze diagnose vaak over het hoofd. Denk er dus zelf aan!

Buikpijn, krampen, diarree, opgezette buik en winderigheid
Deze klachten kunnen worden veroorzaakt doordat melksuiker (lactose) niet goed wordt verteerd. De oorzaak hiervan is een tekort aan het enzym Lactase (Lactase-tekort) in de dunne darm. Door het tekort aan het enzym Lactase kan Lactose (een suiker in melk en melkproducten) niet worden opgenomen in het lichaam vanuit de darm: Lactosemalabsorptie.

Lactose-intolerantie kan vanaf de geboorte aanwezig zijn, maar ook later ontstaan, bij kinderen, maar ook bij volwassenen!

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De Waterstof-ademtest en de Lactose-Tolerantie Test (LTT) worden gebruikt bij het stellen van de diagnose. Ook een dietiste kan er achter komen wat er aan de hand is (eliminatie-dieet).

Behandeling van lactose-intolerantie

De Maag Lever Darm Stichting, www.mlds.nl, geeft onderstaande informatie:
De behandeling van lactose-intolerantie bestaat uit het weglaten van lactose uit uw voeding. Meestal is het niet nodig om helemaal lactosevrij te eten. Kleine hoeveelheden lactose geven meestal geen klachten en zijn dan ook niet schadelijk.

Lactose in voeding en medicijnen
Lactose (melksuiker) zit met name in:

In zure melkproducten zoals gewone yoghurt, kwark en karnemelk zit veel minder lactose. Ook Nederlandse (harde) kaas bevat nauwelijks lactose. Deze producten worden dan ook door de meeste mensen met lactose-intolerantie goed verdragen. 

Lactose kan ook voorkomen in andere producten dan zuivel. Fabrikanten gebruiken melkpoeders of melkbestanddelen ook in bijvoorbeeld chocolade, koek, soep, worst, sausjes en snoep. Daarnaast kan lactose toegevoegd zijn aan medicijnen en voedingssupplementen (vitaminepillen). Het gaat hier om zeer kleine hoeveelheden, die voor mensen met primaire of secundaire lactose-intolerantie niet of nauwelijks klachten zullen geven. Bij mensen met aangeboren, erfelijke lactose-intolerantie kunnen deze zeer kleine hoeveelheden lactose echter wel klachten veroorzaken.

Enzympreparaten
Met behulp van een enzympreparaat kunt u lactosearme melk maken van gewone melk. Dit enzympreparaat bevat het enzym lactase, waarmee lactose afgebroken wordt. Daarnaast zijn er tabletten die het enzym lactase bevatten. Deze tabletten kunt u innemen als u een keer melk(producten) wilt gebruiken. Beide enzympreparaten zijn vrij verkrijgbaar bij de apotheek: www.apotheek.nl

naar boven


Column 2010

Verborgen hartklachten bij vrouwen!
Hart- en vaatziekten bij vrouwen worden vaak niet opgemerkt door artsen
Toch zijn hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer 1 bij vrouwen.
Bij mannen is die plaats ingenomen door kanker.

Presentatie van klachten is anders bij vrouwen

Vrouwen presenteren hun klachten vaak minder duidelijk dan mannen. Ook zijn vrouwen de eerste ‘uitstellers’: zij zien hun klachten vaak als iets onschuldigs en denken het wel even uit te zieken. Daardoor gaan ze vaak in een later stadium naar de huisarts.

Er is nog weinig bekend over de verschillen tussen mannen en vrouwen in de wijze waarop hart- en vaatziekten zich uiten. Ook over de verschillende oorzaken is nauwelijks iets bekend. Wel is duidelijk dat bij de vrouw vaak klachten ontstaan na de overgang. Dan is de vrouw de oestrogeenbescherming kwijt en slibben de bloedvaten sneller dicht. In die levensfase is het zaak om extra alert te zijn op klachten bij vrouwen.

Wees alert als vrouw
Zeker wanneer er sprake is van risicofactoren, zoals hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, overgewicht of suikerziekte is het van belang om bij nieuw ontstane klachten de huisarts te raadplegen.

Wees alert als (huis)arts
Artsen worden bijgeschoold in dit onderwerp, er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de typische kenmerken van hart- en vaatziekten bij vrouwen (het electrocardiogram ziet er bijvoorbeeld bij vrouwen anders uit!) en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie heeft de werkgroep Gender opgericht om meer aandacht te geven aan hart- en vaatziekten bij vrouwen. 

naar boven


Column 2010

OOGDRUPPELS: SOMS LEVENSGEVAARLIJK

“Oogdruppels zijn niet zo onschuldig als vaak wordt gedacht.
De bijwerkingen en onjuiste toediening ervan kunnen zelfs leiden tot levensbedreigende situaties”.

Meld oogdruppelgebruik altijd!

Wanneer men met klachten naar een arts gaat, is het altijd verstandig om te vermelden dat men oogdruppels gebruikt. Dit geldt met name voor ouderen en voor mensen met hart- en of longproblemen of met diabetes. Ook wanneer men in het verleden allergisch heeft gereageerd op oogdruppels, is het belangrijk dit te vermelden.

Mogelijke bijwerkingen

Iedere oogdruppel wordt voor 80 tot 90 % via de traanwegen en de neus opgenomen in het lichaam, zonder ontgifting door de lever. Hierdoor kunnen levensgevaarlijke bijwerkingen ontstaan, vooral wanneer er tegelijkertijd andere medicijnen worden gebruikt.
Ook in het oog zelf kunnen klachten ontstaan van irritatie, overgevoeligheid of stoornissen in het traanvocht.

Soorten oogdruppels

Instructies voor toediening

Vraag duidelijke  instructie of zoek op www.apotheek.nl

De kans op bijwerkingen wordt in belangrijke mate bepaald door de zorgvuldigheid van het toedienen. Oogdruppels worden in een zo laag mogelijke dosering toegediend in het onderste ooglid. De patiënt ligt tijdens de toediening of houdt het hoofd achterover, omhoogkijkend.

Het onderste ooglid wordt met een vinger omlaag getrokken en 1 druppel wordt gedruppeld tussen het onderooglid en het oog. Door daarna het onderste traanpuntje enkele minuten dicht te drukken wordt bevorderd dat de druppel zo veel mogelijk wordt opgenomen in het oog zelf en de kans op bijwerkingen in de rest van het lichaam wordt verminderd.

Toediening van meer dan 1 oogdruppel heeft geen zin! Het onderste ooglid kan niet meer dan 1 druppel tegelijk bevatten. Moet men meerdere oogdruppels dagelijks gebruiken, wacht dan enkele minuten voordat de volgende druppel wordt toegediend. Anders spoelt de 2e druppel de 1e weg.

[Med.Contact 2000;55:248-251].

naar boven


Column 2010

Dit is geen euthanasie

Palliatieve sedatie, ook wel slaapinfuus genoemd, is geen euthanasie.
Veel mensen denken dat, daarom leidt dit regelmatig tot teleurstelling en verwarring. Het is dan ook erg belangrijk om hier met de behandelend arts een open gesprek over te voeren. Een slapende, comateuze patient is namelijk een uitputtende ervaring voor alle betrokkenen, vooral in de thuissituatie. Zeker wanneer dit een aantal dagen tot een week duurt en het overlijden van de patiënt blijkt uit te blijven.

Wat is een slaapinfuus dan wel?
Het slaapinfuus (het toedienen van een slaapmiddel) is bedoeld om de patient in slaap te brengen. Hiervoor wordt gekozen wanneer de patiënt een of meer onbehandelbare ziekteverschijnselen heeft, die leiden tot ondraaglijk lijden, zoals pijn en/of verwardheid, en die een natuurlijk levenseinde in de weg staan. 

De laatste fase van het leven
Een slaapinfuus wordt dus gegeven in een natuurlijk verlopende laatste levensfase. Dit slaapmedicijn kan de patiënt meer en dieper doen slapen, waardoor hij zich minder bewust is van zijn lijden.
In de richtlijn voor artsen wordt geadviseerd om palliatieve sedatie pas te overwegen, wanneer de levensverwachting 1 á 2 weken is. Internationaal wordt een slaapinfuus pas overwogen, wanneer de levensverwachting korter is, uren tot dagen.
Een goede inschatting van de levensverwachting van een stervende patiënt is erg moeilijk. Dat maakt het zorgvuldig overleg tussen arts en patient en diens familie zo belangrijk.

Een slaapinfuus is dus geen alternatief voor euthanasie.

Over euthanasie moet de patient zelf al in een eerder stadium een besluit hebben genomen, door middel van een gesprek met zijn familie en zijn arts of door een  schriftelijke wilsverklaring. Daarover een volgende keer.
 

naar boven


Column 2010

Is (bloed)onderzoek naar de prostaat zinvol voor mij?
De prostaatwijzer-zelftest!

Wat is de prostaat?
Wat is prostaatkanker?
Wat is de PSA-test?
Moet ik de PSA-bloedtest laten doen?

Mannen boven de 50 jaar

Mannen boven de 50 jaar kunnen te maken krijgen met klachten van de prostaat: moeilijk kunnen plassen, soms maar een kleine straal, gevoel dat de blaas niet geleegd wordt, branderig gevoel tijdens het plassen, de plas moeilijk kunnen ophouden en s’nachts vaak moeten plassen.
Soms is het noodzakelijk om een bloedonderzoek te laten doen, de zogenaamde PSA-test (Prostaat Specifiek Antigeen). De PSA-test is een bloedonderzoek waarbij de hoeveelheid Prostaat Specifiek Antigeen in het bloed wordt gemeten. PSA is een eiwit dat in de prostaat wordt gemaakt en normaal gesproken in kleine hoeveelheden in het bloed voorkomt. Het nut van de PSA-test voor mannen zonder klachten is op dit moment nog niet wetenschappelijk bewezen.

De prostaatwijzer-zelftest

U kunt zelf vaststellen of u naar uw huisarts moet met uw klachten en of het verstandig is om een PSA-test te laten doen. Kijk hiervoor op: www.prostaatwijzer.nl 
Met de prostaatwijzer-zelftest kunt u bepalen wat in uw geval noodzakelijk is.
Over de prostaat, maar ook over andere urologische aandoeningen bij mannen (en bij vrouwen en kinderen) vindt u ook goede informatie op: www.allesoverurologie.nl

naar boven


Column 2010

Psychose screener: tijdige onderkenning van een psychose
Vroege hulp vergroot de kans op een succesvolle behandeling

Wanneer bij iemand in uw omgeving, zonder aanwijsbare reden, het gedrag of de emotionele reacties veranderen, is er een reden tot extra oplettendheid.

Voorbeelden

Er is een checklist met betrouwbare vragen, die u kunt stellen aan iemand, bij wie u zich afvraagt of er sprake zou kunnen zijn van een (beginnende) psychose. Wanneer 2 vragen met ‘ja’ worden beantwoord, is het goed om contact op te nemen met de huisarts of met een professionele hulpverlener uit de Geestelijke Gezondheids Zorg.

Checklist voor artsen en leken

1a. Heeft u het gevoel gehad dat uw gedachten door iemand anders werden beïnvloed of gecontroleerd? (indien antwoord ja, ook vraag 1b stellen).

1b. Gebeurde dit op een moment die voor andere mensen moeilijk te begrijpen was; bijvoorbeeld door telepathie?

2. Heeft u het gevoel gehad dat andere mensen te geïnteresseerd in u waren?

3. Heeft u het gevoel gehad dat bepaalde zaken zo geregeld waren dat ze een speciale betekenis voor u hadden? Of had u het gevoel dat u iets naars zou overkomen?

4. Heeft u een speciale gave die de meeste andere mensen niet hebben?

5. Heeft een arts ooit tegen u gezegd dat u misschien een psychose heeft (gehad)?

In crisissituaties kunt u altijd bellen met een huisarts of met 112.

naar boven


Column 2009

Kind gestresst?  Denk aan kinderyoga!

Functionele buikpijn
15% van alle kinderen heeft regelmatig buikpijn. Bij 85% van deze kinderen kan de arts geen lichamelijke oorzaak vinden voor de buikpijn, zij hebben ‘functionele buikpijn’. Dat zit niet tussen de oren, maar heeft een onduidelijke oorzaak en er is geen goed medicijn voor. Dit kind heeft behalve buikpijn ook vaak last van winderigheid, misselijkheid, een opgezwollen gevoel of diarree. Wat wel bekend is, is dat de darmen overgevoelig kunnen reageren, onder meer onder invloed van stress. En dat geeft klachten, klachten die goed kunnen worden weggenomen door kinderyoga.

Het drukke en prikkelrijke bestaan van kinderen
Het ene kind kan beter tegen veel prikkels dan het andere kind. Kinderen die niet goed kunnen omgaan met (veel) prikkels kunnen problemen krijgen, bijvoorbeeld met hun concentratie of ze worden druk en onzeker. Deze kinderen hebben baat bij kinderyoga.

Onderzoek
In het Flevoziekenhuis in Almere is onderzoek gedaan naar de effecten van kinderyoga bij kinderen met buikpijn waarvoor de kinderarts geen lichamelijke oorzaak kon vinden. Deze kinderen kregen 10 yogalessen en hielden in een dagboek hun klachten bij.
Wat bleek? De buikpijn, die sommigen al jaren hadden, bleek af te nemen dankzij de ontspanningsoefeningen.

Kinderyoga docenten
In Nederland zijn ongeveer 300 kinderyoga docenten met een eigen praktijk. Zij geven wekelijks les aan 10 tot 30 kinderen tot 12 jaar oud. Honderden moeders zijn inmiddels opgeleid tot kinderyoga docent.

Informatie over kinderyoga (adressen en docentenopleiding)
www.kinderyoga.nl

naar boven


Column 2009

HOOIKOORTS

Wanneer?
Hooikoortskalender: www.huidinfo.nl: welke soorten stuifmeel in welke maanden?

2 Typen hooikoortspatiënten:
De ”lopers”: waterige loopneus, niezen, jeukende en tranende ogen;
De “blokkers”: neusverstopping, soms een loopneus.

www.kno.nl

Dagvoorspellingen:
www.KNMI.nl
www.LUMC.nl Leids Universitair Medisch Centrum: Pollen Info Dienst.
Radio (tijdens weerbericht, van mei tot augustus)
Teletekst: pagina 709.

Wat kan de arts doen?
Onderzoek: via een huidtest (injecties met allergeen) of via een bloedtest.
Behandeling: Medicijnen (antihistaminica) in de vorm van pillen, oogdruppels, neusdruppels en neussprays.

De KNO-arts kan een injectiekuur (3 tot 5 jaar, 1 x per 4–6 weken) geven om de allergie te onderdrukken (hyposensibilisatie). Sinds kort bestaat deze kuur in druppelvorm (onder de tong), deze kuur lijkt ook effectief en is minder werk.

naar boven


Column 2009

De lente komt: (Voorjaars)moe?
Zon + voeding: let er op!

Het is niet het eerste waar je aan denkt, wanneer je je moe voelt:
een vitamine D tekort.
Toch komt het heel veel voor: 73% van de allochtone vrouwen en 14% van de autochtone vrouwen heeft een tekort aan vitamine D.

Hoe komt het lichaam aan vitamine D?
Huid: vitamine D wordt gevormd in onze huid onder invloed van zonlicht gedurende de maanden april tot oktober. 
Voeding:  alleen dierlijk voedsel bevat vitamine D en dan vooral vette vis (paling, makreel, zalm). Aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten wordt vitamine D toegevoegd.

Is een tekort aan vitamine D erg?
Vitamine D speelt een hoofdrol bij de opbouw en het behoud van de botsterkte. Een tekort aan vitamine D leidt tot een verhoogd risico op botontkalking (osteoporose) met een verhoogd risico op botbreuken. Bij kinderen kan de ‘Engelse ziekte’ ontstaan en bij volwassenen verweking van de botten (osteomalacie).
Een tekort aan vitamine D kan ook klachten geven, zoals moeheid, pijn in de buik of in het bekken of spierpijn bij inspanning.
Er zijn aanwijzingen dat de groei van het kind tijdens de zwangerschap kan worden bemoeilijkt door een vitamine D tekort.

Wie lopen het meest risico op een vitamine D tekort?

Hoeveel vitamine D heeft men dagelijks nodig?

De Gezondheidsraad geeft het volgende advies:
Een gezonde voeding bevat in principe voldoende vitamine D (en calcium) voor vrouwen van 4 - 50 jaar en mannen van 4 – 70 jaar, die een lichte huidskleur hebben en voldoende buiten komen.

Alle anderen hebben extra vitamine D nodig, te weten:
10 microgram vitamine D extra per dag voor

Teveel is ook niet goed
Teveel vitamine D in het lichaam kan leiden tot schade aan hart, nieren en bloedvaten en klachten geven van misselijkheid, minder eetlust en obstipatie. Gelukkig komt dit maar zelden voor.

Zorg dat je voldoende vitamine D binnenkrijgt!
Vooral bij vrouwen leidt dit tot minder botbreuken op oudere leeftijd.

Onafhankelijke info
Het Vitamine Informatie Bureau van TNO  www.vitamine-info.nl

Bij twijfel: overleg met uw huisarts. 

naar boven


Boekbespreking 2009

(Voorjaars)energie
Energie krijg je door goed te ademen, energie verlies je door een verkeerde ademhaling, zo simpel én ingewikkeld is het!

Moe wakker worden,
veel zuchten en geeuwen,
meer zin in zoetigheid,
liever wijn dan een boek voor ontspanning,
weinig plassen overdag en veel in de avond,
onverklaarbare pijn,
minder zin in seks...

Als je zittend in de auto, zittend op de bank en zittend achter je bureau de hele dag ademt alsof je achttien kilometer per uur aan het fietsen bent, dan komt er een moment dat het lichaam protesteert. Rustig zittend op een stoel doen miljoenen Nederlanders alsof ze in gevaar zijn! Bij gevaar is het lichaam in opperste staat van paraatheid: een hoge hartslag, veel adrenaline en een hoge ademfrequentie.

Wanneer je snel ademt verbruik je veel energie! Vervolgens kom je zonder te zitten en moet je leven op je reserves. Dag in dag uit kun je op deze manier je energievoorraden meer aanspreken dan nodig is, zonder dat je dit merkt. Dit kan zelfs ‘s nachts doorgaan. Als je van je partner hoort dat je snel, onrustig of zwaar ademt, weet je zeker dat je lichaam tijdens de slaap niet voldoende herstelt. Adem je tijdens je werk 20 keer per minuut en plof je daarna op een terras waar je nog ‘ maar’ 16 keer per minuut ademt, dan voelt dit ontspannen. Maar ook 16 keer is veel te onrustig en te snel. Zonder dat je je bewust bent van je hoge ademfrequentie kun je daardoor dus klachten krijgen.

Continu snel ademen, door onrust en stress, leidt tot veel fysieke klachten (van kruin tot tenen), en tot psychische klachten (prikkelbaar, onwerkelijk gevoel, snel huilen, prop in de keel, moeite met helder denken en praten, nerveus, angstig, gejaagd enz.). Bij snel ademen wordt bedoeld een ademfrequentie van 10 of zelfs meer dan 20 keer per minuut, terwijl 6 keer per minuut in rust een gezonde ademfrequentie is. De boeddhistische monnik, de topsporter en de gezonde mens hebben met elkaar gemeen dat ze in rust 4 tot 8 keer per minuut ademhalen.

Je ademhaling vertelt hoe je reageert op externe prikkels. Vlak voor een gesprek met je leidinggevende, in een bomvolle trein, als je gehaast je kind naar school rijdt of in 10 kilometer file staat: hoe reageer je dan? Door je ademhaling ‘objectief’ te observeren  kom je erachter wanneer gezonde spanning omslaat in ongezonde stress. Als je leert op je ademhaling te letten, weet je of iets je energie kost of juist oplevert!

Wil je weten wat de gevolgen zijn van te snel ademen, tot welke klachten en diagnoses dit kan leiden, wil je tips voor rustig ademhalen? Lees het boek “Verademing. Breng lucht in je leven” van Koen de Jong en Bram Bakker. ISBN 978-90-499-6010-0, prijs: 14,57 euro. Dit boek is een absolute noodzaak voor alle Nederlanders die dag in dag uit, rustig zittend op hun stoel, doen alsof ze 18 km per uur moeten fietsen!

naar boven


Column 2007

Ondervoeding
25 tot 40% van alle ziekenhuispatienten is ondervoed!

En dat in Nederland?
Ja, in Nederland zijn veel patiënten, die worden opgenomen in een ziekenhuis, ondervoed.
Het risico op ondervoeding is het grootste bij chronisch zieke mensen, ouderen en bij patiënten die een operatie moeten ondergaan.

Ondervoeding is moeilijk te herkennen
Gewichtsverlies bij iemand die ziek is, kan geleidelijk leiden tot ondervoeding.
Iemand die ondervoed is, hoeft echter niet per definitie dun te zijn. Om die reden wordt ondervoeding maar bij de helft van de ondervoede mensen op tijd herkend.
Goede screening door verpleegkundigen in het ziekenhuis is daarom van groot belang. Deze verpleegkundigen verwijzen patiënten naar de diëtiste, wanneer ondervoeding wordt vastgesteld. De behandeling van deze ondervoeding kan dan zo snel mogelijk worden gestart.

Wanneer moet je bij iemand bedacht zijn op ondervoeding?

In al deze gevallen is het van groot belang om de arts hierop te attenderen, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen, vooral bij iemand die een operatie moet ondergaan.

Gevolgen van ondervoeding

Voorkomen is beter dan genezen

Huisartsen: Vooral in de thuissituatie moet meer aandacht worden besteed aan de voedingstoestand van een zieke. De Nederlandse huisartsen zoeken naar mogelijkheden om de screening en de behandeling van ondervoede patiënten thuis beter te laten verlopen.

Overheid: Ook de overheid gaat actief meedenken over een verantwoord ondervoedingbeleid in ziekenhuizen (screening en behandeling).

Ziekenhuizen: de ziekenhuizen zelf werken aan de voorbereiding van een Prestatie-Indicator Ondervoeding. Met behulp van deze indicator kunnen de jaarlijkse prestaties van de ziekenhuizen t.a.v. hun ondervoedingbeleid worden gemeten. De verwachting is dat deze indicator verplicht moet worden toegepast in de ziekenhuizen in 2008.

naar boven


Column 2008

VITAMINES

Hoe meer, hoe beter?

Anneke, 25 jaar, heeft vermoeidheidsklachten. Omdat ze de laatste tijd niet zo gezond heeft gegeten, vraagt ze zich af of ze een vitaminetekort heeft. Ze heeft gehoord dat een haaranalyse dat kan uitwijzen.
Dit is niet juist. In haren zitten wel sporen van vitamines, maar die zeggen niets over de hoeveelheid vitamines in het lichaam. Alleen bloed- en/of urineonderzoek geven zekerheid.
Wie te weinig vitamines heeft in het lichaam, kan last krijgen van allerlei klachten: verlies van eetlust, moeheid, prikkelbaarheid, concentratiestoornissen, lusteloosheid en slaapklachten.
Ga je weer gezond eten of slik je een paar weken extra vitamines, dan moeten deze klachten weer overgaan. Is dat niet het geval, dan is er iets anders aan de hand.
Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over vitamines. Ze worden vaak gezien als wondermiddel voor veel klachten. Uitspraken als ‘hoe meer, hoe beter’ en ‘baat het niet, dan schaadt het niet’ hoor je veel, maar deze uitspraken zijn niet helemaal terecht.

Enkele misverstanden:

Voor onafhankelijk informatie over vitamines: Het Vitamine Informatie Bureau van TNO

Website: www.vitamine-info.nl

naar boven


Column 2008

“Zou ik, wanneer ik een andere arts had geraadpleegd, hetzelfde advies hebben gekregen?”
Het vragen van een tweede mening: waarom en bij wie? 

Zoveel patiënten, zoveel redenen!

Eén ding is zeker: patiënten hebben zeer uiteenlopende redenen om een tweede mening te vragen bij een andere arts, de second opinion. Toch gaat het in de meeste gevallen om een van de volgende redenen:

Vaak is er een combinatie van redenen.

Opgelet: het komt nogal eens voor dat de patiënt de werkelijke reden voor het vragen van een tweede mening eigenlijk niet goed weet, er bestaat een vaag gevoel van onbehagen over de gang van zaken bij de behandelend arts: de gesprekken lopen niet naar wens, de behandeling schiet niet op, men heeft onvoldoende greep op de gang van zaken, enzovoort.

Wanneer deze patiënt een tweede arts raadpleegt is de kans groot dat de tweede mening tot een teleurstelling leidt: de second opinion bracht niet wat men er van had verwacht!

Hoe is dit te voorkomen?

Twee aandachtspunten zijn hierbij van belang:

1.     Wanneer u ontevreden bent over de gang van zaken bij de behandelend arts, wordt dit probleem bijna altijd opgelost door dit open te bespreken met deze arts en samen te kijken hoe een en ander kan worden verbeterd en zoveel als mogelijk is aan uw wensen kan worden tegemoet gekomen.

2.     Wanneer u desondanks denkt aan het raadplegen van een tweede arts, stel dan eerst de volgende vragen aan uzelf:

Bent u niet in staat om deze 3 vragen helder en duidelijk te beantwoorden, overleg dan bijvoorbeeld met uw huisarts. Of bel of mail met de AGIS-internetdokter, die er is om hulp te bieden bij de goede voorbereiding van een medische beslissing, dus ook bij de voorbereiding van een second opinion.

Voorkom een  teleurstelling voor u zelf!

naar boven


Column 2007

VERSLAAFD……AAN INTERNET: WERK EN RELATIES LIJDEN ER ONDER!

Uit (voornamelijk Amerikaans) onderzoek blijkt dat een deel van de mensen die regelmatig gebruik maakt van het internet gedrag vertoont dat overeenkomsten vertoont met het gedrag van verslaafden, met als gevolg dat er allerlei problemen ontstaan op het werk en in relaties.

De Universiteit in Groningen heeft in 2002 studenten gevraagd naar het aantal uren internetgebruik per week en naar lichamelijke klachten.

Gemiddeld wordt er 7 uur per week gebruik gemaakt van internet.

10 %  van de gebruikers maakt meer dan 16 uur per week gebruik van internet, een excessief gebruik dus. Het is met name deze groep waarbij reden is tot zorg:

Bij 57 % van deze excessieve gebruikersgroep ondervinden werk en studie nadelen van dit ‘junkgedrag’ en wordt door partners, familie of vrienden geadviseerd minder te internetten.

Welke factoren maken de kans groot dat men ‘verslaafd’ raakt aan internet?

Er zijn een aantal kenmerken, die deze kans groter maken:

Internet u HEEL ERG veel of iemand in uw omgeving?

Lees meer hierover:
www.rug.nl/wetenschapswinkels:
Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid publiceerde bovenstaand onderzoek.

www.rsi-vereniging.nl
RSI Patiëntenvereniging geeft informatie over deze ‘herhalingsoverbelasting’.

www.trimbos.nl
Dit landelijk kenniscentrum houdt zich bezig met (het voorkomen van) allerlei vormen van verslaving.

www.ivo.nl
Dit instituut voor onderzoek naar leefwijzen & verslaving (IVO) doet o.a. onderzoek naar (problematisch) internetgebruik.

naar boven


Column 2008

Erectiestoornissen

Is het psychisch? Is het lichamelijk? Komt het door de relatie?

Het is vaak moeilijk om een duidelijk antwoord op deze vragen te geven. Toch is dit van groot belang voor een eventuele behandeling.
Huisartsen, urologen, psychiaters, psychologen en seksuologen gebruiken vaak de ‘Leidse impotentiescreeningtest (LIST)’. Deze test maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen een voornamelijk psychische oorzaak en een overwegend lichamelijke oorzaak van een erectiestoornis.

Hieronder volgen de 11 vragen, die u ook zelf kunt beantwoorden voordat u uw huisarts bezoekt. Streep bij ieder antwoord het juiste cijfer tussen haakjes aan.

1. Is de erectiestoornis snel of meer geleidelijk ontstaan?

2. Hoe vaak heeft u gedurende het laatste half jaar ochtenderecties gehad?

3. Hoe stijf is de penis gedurende het laatste half jaar op zijn hoogst geweest bij het wakker worden ’s nachts of ‘s morgens?

4. Denkt u dat uw erectiestoornis iets te maken kan hebben met psychische problemen of zorgen?

5. Had u gedurende het laatste half jaar minder zin in seks dan in de periode voor het ontstaan van de erectiestoornis?

6.Vindt u dat uw penis kleiner is geworden sinds het ontstaan van de erectiestoornis?

7. Heeft uw erectiestoornis wel eens geleid tot spanningen tussen u en uw partner? (Doorgaan naar vraag 9 als u geen vaste partner heeft)

8. Heeft u sinds de erectiestoornis wel eens gedacht om uit elkaar te gaan of te scheiden?

9. Bent u bij de laatste pogingen tot geslachtsgemeenschap wel eens te vroeg klaargekomen? (Alleen invullen als u gedurende het laatste half jaar geslachtsgemeenschap had of probeerde te hebben)

10. Hoe vaak had u voor het ontstaan van de erectiestoornis over het algemeen geslachtsgemeenschap?  (Alleen invullen als u vóór het ontstaan van de erectiestoornis geslachtsgemeenschap had).

11. Hoe stijf is de penis op zijn hoogst geweest bij de laatste keren dat u masturbeerde? (Alleen invullen als u gedurende het laatste half jaar zelfbevrediging heeft gedaan of probeerde te doen).

Wat te doen nadat de vragen zijn beantwoord?
Tel de aangestreepte getallen tussen haakjes op. Is de uitkomst meer dan 5 punten, dan is er een sterke aanwijzing voor een overwegend psychische oorzaak van de klacht. Is de uitkomst maximaal 4 punten, dan is er een sterke aanwijzing voor een lichamelijke oorzaak van de erectieklachten.

De huisarts zal deze vragen stellen in het eerste gesprek over erectieklachten. Aan de hand daarvan kan deskundig worden geadviseerd over de meest passende oplossing.

NB. Niet iedere man met een erectiestoornis lijdt hieronder! Een bevredigend seksleven hangt niet alleen af van de penis, de ‘perfecte penis’ bestaat niet.

naar boven


Column 2007

Depressieve mensen denken scheef: zelfgegraven valkuilen [1]

“Depressieve mensen zuchten vaak onder negatieve vormen van allerlei soorten scheefdenken, zoals:

Alles of niets denken:
Het resultaat van mijn werk is niet perfect, dus is het waardeloos

Catastrofaal denken
Ik ben zo verlegen, het lukt mij toch nooit om mensen te leren kennen

Het positieve diskwalificeren
Dat is dan wel goed gegaan, maar dat zegt niet dat ik het ook echt kan. Het was vast toeval

Labellen
Ze was me te snel af. Zie je wel, ik ben gewoon een slappe verliezer

Met twee maten meten
Natuurlijk maakt iedereen fouten, maar ik kan me dat niet permitteren

Generaliseren
Maak ik nu meteen weer zo’n stomme opmerking. Zo zie je maar weer, ik kan gewoon geen vrienden maken

Gedachtelezen
O jee, hij gaapt. Hij luistert dus niet naar me en zit alleen maar te hopen dat ik gauw wegga

Personaliseren
Ina deed zo kortaf toen ik haar daarnet groette, ik heb vast weer iets vreselijk verkeerds gedaan

Emotioneel redeneren
Ik ben zo nerveus, het wordt vast niets vanavond”.

Wilt u uitgebreider lezen over wat een depressie is en hoe deze ontstaat, dan is de onderstaande brochure een aanrader. Ook de columns “Stress en depressie” en

“De stress-thermostaat” bevatten teksten uit deze brochure, te bestellen via:
www.biomaatschappij.nl


[1] Jan Swinkels Als depressie je de baas wordt.
In: Depressie. Bio-Wetenschappen en Maatschappij 1/2005, blz. 14

naar boven